Standaardarrest arbeidsrecht · voor abonnees

Overgang van onderneming bij een personeels-bv in een concern, de niet-contractuele werkgever telt mee (Albron/FNV)

Cateringmedewerkers van Heineken stonden op de loonlijst van een centrale personeels-bv maar werkten permanent bij een werkmaatschappij. Toen die werkmaatschappij de catering uitbesteedde aan Albron, gingen zij toch van rechtswege mee over. De Hoge Raad bevestigde dit in 2013.

Hoge Raad, 5 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1780 Gepubliceerd 8 oktober 2026 Volgende herziening 1 januari 2027

Kern: Het begrip werkgever in art. 7:663 BW moet richtlijnconform worden uitgelegd, zodat bij overgang van een onderneming binnen een concern ook de werkmaatschappij waar de werknemers permanent zijn tewerkgesteld, zonder dat zij daarmee een arbeidsovereenkomst hebben, als vervreemder geldt en de werknemers van rechtswege overgaan op de verkrijger.

De zaak

Binnen het Heineken-concern was al het personeel in dienst van Heineken Nederlands Beheer B.V., een centrale personeelsvennootschap die medewerkers detacheerde bij de werkmaatschappijen. Ongeveer zeventig cateringmedewerkers werkten op die basis voor de werkmaatschappij Heineken Nederland B.V., die de bedrijfsrestaurants exploiteerde. In 2005 besteedde Heineken Nederland de cateringactiviteiten uit aan Albron. De medewerkers traden in dienst bij Albron, maar onder voorbehoud van hun arbeidsvoorwaarden. Albron paste de arbeidsvoorwaarden van de contractcateringbranche toe, die ongunstiger waren dan die van Heineken.

FNV en een medewerker vorderden een verklaring voor recht dat sprake was van overgang van onderneming en dat de medewerkers per 1 maart 2005 van rechtswege bij Albron in dienst waren getreden met behoud van hun Heineken-arbeidsvoorwaarden, plus achterstallig loon. Albron verweerde zich met het argument dat de medewerkers geen arbeidsovereenkomst hadden met de werkmaatschappij die de onderneming overdroeg, maar met de personeels-bv, zodat art. 7:663 BW naar zijn letterlijke tekst niet van toepassing was. Het hof stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat in 2010 oordeelde dat ook de niet-contractuele werkgever waarbij de werknemers permanent zijn tewerkgesteld als vervreemder kan gelden. Het hof wees de vorderingen vervolgens toe. Albron ging in cassatie.

Voor abonnees

Lees verder als abonnee

Dit is het begin van de bespreking van dit arrest. Het vervolg, met de rechtsregel, de betekenis voor uw HR-praktijk en de vindplaatsen, staat in het portaal van hrrecht.nl. Abonnees hebben toegang tot de volledige kennisbank, alle besproken standaardarresten en de legal agent die deze kennis toepast op hun eigen dossier.

Een demo duurt dertig minuten en is vrijblijvend. Bekijk ook de prijzen.