In het kort: De poortwachtertermijnen zijn geen richtlijn maar harde data. Uiterlijk week 6 de probleemanalyse, binnen twee weken daarna het plan van aanpak, in week 42 de ziekmelding bij UWV, rond week 52 de eerstejaarsevaluatie met de keuze voor spoor 2, uiterlijk week 91 het re-integratieverslag en uiterlijk week 93 de WIA-aanvraag van de werknemer. UWV toetst eerst het resultaat en pas daarna het proces. Een te laat of niet ingezet tweede spoor is de meest voorkomende reden voor een loonsanctie van maximaal 52 weken.
Waar gaat het om
De Wet verbetering poortwachter is geen aparte wet, maar een verzameling verplichtingen in het Burgerlijk Wetboek, de Wet WIA, de Ziektewet en de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. Samen vormen zij een tijdpad van 104 weken. Aan het einde beoordeelt UWV aan de hand van het re-integratieverslag of werkgever en werknemer "in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht" (art. 65 Wet WIA). Valt die toets negatief uit, dan volgt een loonsanctie. Het stappenplan is dus ook uw verdediging achteraf. De eerste weken staan in een werknemer meldt zich ziek: de eerste stappen.
Wat zegt de wet
De kern staat in art. 7:658a BW: de werkgever bevordert de inschakeling van de zieke werknemer in zijn bedrijf (spoor 1) en, als vaststaat dat eigen of ander passend werk daar niet voorhanden is, bij een andere werkgever (spoor 2). Hij stelt in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op, dat regelmatig wordt geëvalueerd en bijgesteld (art. 7:658a lid 3 BW). De werknemer moet meewerken (art. 7:660a BW).
De Regeling procesgang vult het tijdpad in. Bij dreigend langdurig verzuim vraagt de werkgever binnen zes weken een oordeel van de bedrijfsarts (art. 2 lid 2). Blijkt daaruit dat terugkeer mogelijk is, dan stelt de werkgever binnen twee weken samen met de werknemer een plan van aanpak op (art. 4 lid 1) met activiteiten, doelen, termijnen, evaluatiemomenten (periodiek en in ieder geval aan het einde van het eerste ziektejaar) en een casemanager (art. 4 lid 2). Het plan wordt schriftelijk vastgelegd en bijgesteld als daartoe aanleiding is (art. 4 lid 3 en 5). Van de termijnen mag gemotiveerd worden afgeweken (art. 5), maar u moet die motivering kunnen laten zien.
In week 42 doet de werkgever aangifte bij UWV (art. 38 lid 1 Ziektewet). Uiterlijk dertien weken voor het einde van de wachttijd stelt hij in overleg met de werknemer het re-integratieverslag op (art. 25 lid 3 Wet WIA). De inhoud staat in art. 6 Regeling procesgang: onder meer de probleemanalyse, het plan van aanpak met bijstellingen, de eerstejaarsevaluatie, een actueel oordeel over de arbeidsrelatie, de functionele mogelijkheden en passende arbeid, en het oordeel van de werknemer zelf. De werknemer dient de WIA-aanvraag uiterlijk elf weken voor het einde van de wachttijd in (art. 64 lid 3 Wet WIA).
De maatstaf staat in de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. Het resultaat staat voorop: bij een bevredigend resultaat (een structurele hervatting die aansluit bij de mogelijkheden, of tegen het einde werk met een loonwaarde van ten minste 65 procent van het oude loon) is de gevolgde weg niet meer relevant. Anders kijkt UWV naar het proces en naar de vraag of er een deugdelijke grond was voor wat is nagelaten. Bij de eerstejaarsevaluatie, het opschudmoment, verwacht UWV dat spoor 2 start als spoor 1 nog geen resultaat heeft opgeleverd. Spoor 2 mag alleen achterwege blijven bij concreet perspectief op hervatting in het eigen bedrijf.
| Moment | Actie | Grondslag |
|---|---|---|
| Dag 1 | Ziekmelding registreren en doorgeven aan de bedrijfsarts | art. 2 lid 1 Regeling procesgang |
| Uiterlijk week 6 | Probleemanalyse bedrijfsarts | art. 2 lid 2 Regeling procesgang |
| Binnen 2 weken na probleemanalyse (ca. week 8) | Plan van aanpak, casemanager aanwijzen | art. 4 lid 1 en 2 Regeling procesgang |
| Periodiek (in de praktijk elke 6 weken) | Evaluatie plan van aanpak, contact bedrijfsarts | art. 4 lid 2 sub b en lid 4 Regeling procesgang |
| Week 42 | Ziekmelding bij UWV | art. 38 lid 1 Ziektewet |
| Einde eerste ziektejaar (week 52) | Eerstejaarsevaluatie, besluit over spoor 2 | art. 4 lid 2 sub b Regeling procesgang |
| Week 89 | UWV informeert werknemer over WIA-aanvraag | art. 64 lid 2 Wet WIA |
| Uiterlijk week 91 | Re-integratieverslag gereed en aan werknemer verstrekt | art. 25 lid 3 Wet WIA, art. 6 Regeling procesgang |
| Uiterlijk week 93 | WIA-aanvraag door werknemer | art. 64 lid 3 Wet WIA |
| Uiterlijk week 98 | Beslissing UWV over eventuele loonsanctie | art. 25 lid 10 Wet WIA |
| Week 104 | Einde wachttijd en einde loondoorbetaling, tenzij loonsanctie | art. 7:629 lid 1 BW |
Zo pakt u het aan
- Zet bij elke ziekmelding de termijnen direct in een verzuimkalender. Reken vanaf de eerste ziektedag en plan de acties twee weken vóór elke deadline.
- Vraag de probleemanalyse tijdig aan en lees haar kritisch. Staat erin wat de werknemer nog wél kan en welke interventies nodig zijn? Zo niet, vraag aanvulling. U bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van het advies.
- Stel het plan van aanpak samen met de werknemer op en laat het door beiden ondertekenen. Concrete doelen, termijnen en wie wat doet.
- Evalueer elke zes weken en leg elk gesprek vast. Ook als er niets verandert. Stilstand zonder verslag is voor UWV hetzelfde als niets doen.
- Behandel de eerstejaarsevaluatie als een formeel beslismoment. Is er concreet perspectief op terugkeer in het eigen bedrijf? Zo nee, start spoor 2 met een re-integratiebedrijf. Bij twijfel laat u beide sporen naast elkaar lopen.
- Vraag bij stagnatie of verschil van inzicht een deskundigenoordeel aan. Zie het deskundigenoordeel van UWV.
- Begin in week 85 met het re-integratieverslag en bereid u tegelijk voor op de situatie na week 104. Lees ontslag na twee jaar ziekte.
Veelgemaakte fouten
- Spoor 2 pas starten als het tweede ziektejaar al ver gevorderd is. Dit is de klassieke loonsanctie: UWV verwacht de start rond de eerstejaarsevaluatie als spoor 1 geen concreet perspectief biedt.
- Blind varen op de bedrijfsarts. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit van het advies dat hij inkoopt en kan zich niet verschuilen achter een verkeerd advies.
- Het plan van aanpak invullen als formulier en daarna niet meer aanraken. Zonder bijstelling en evaluaties is het plan voor UWV waardeloos.
- De werknemer passende arbeid laten verrichten zonder vast te leggen dat het passende arbeid blijft. Als dat werk de nieuwe bedongen arbeid wordt, begint bij hernieuwde uitval een nieuwe periode van 104 weken (HR 30 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8134, Kummeling/Oskam).
Wanneer schakelt u een advocaat in
- Bij de eerstejaarsevaluatie als de werknemer spoor 2 weigert of de bedrijfsarts en de werknemer het oneens zijn over de belastbaarheid. De advocaten van DHKV Advocaten, via de knop in het portaal, beoordelen dan of een deskundigenoordeel, een loonmaatregel of een aanpassing van het plan de juiste stap is.
- Als u vermoedt dat het re-integratieverslag een loonsanctie gaat opleveren, of als de werknemer langdurig passende arbeid verricht en u wilt vastleggen dat dit geen nieuwe bedongen arbeid wordt.
Wettelijke basis
- Art. 7:658a BW: re-integratieplicht van de werkgever in spoor 1 en spoor 2, plan van aanpak en definitie van passende arbeid.
- Art. 7:660a BW: medewerkingsplicht van de werknemer.
- Art. 2, 4, 5 en 6 Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar: probleemanalyse, plan van aanpak, afwijken van termijnen en inhoud van het re-integratieverslag.
- Art. 38 lid 1 Ziektewet: ziekmelding bij UWV uiterlijk op de eerste dag na 42 weken.
- Art. 25 Wet WIA: aantekeningsplicht, plan van aanpak, re-integratieverslag en de loonsanctie van ten hoogste 52 weken (lid 9).
- Art. 64 en 65 Wet WIA: WIA-aanvraag door de werknemer en de toets van de re-integratie-inspanningen door UWV.
- Beleidsregels beoordelingskader poortwachter: resultaat voorop, het opschudmoment en de deugdelijke grond.
- HR 30 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8134 (Kummeling/Oskam): valt de werknemer na 104 weken opnieuw uit terwijl de passende arbeid niet de bedongen arbeid is geworden, dan is de werkgever niet opnieuw tot loondoorbetaling verplicht.
- CRvB 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3713: de werkgever is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ingeschakelde arbodienst en kan zich bij een loonsanctie niet beroepen op het vertrouwen in zijn eigen bedrijfsarts.