Standaardarrest arbeidsrecht · vrij te lezen

Xella: slapend dienstverband moet op verzoek van de werknemer worden beëindigd

In de Xella-beslissing oordeelde de Hoge Raad dat goed werkgeverschap de werkgever in beginsel verplicht in te stemmen met een beëindigingsvoorstel van een langdurig zieke werknemer, met een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding.

Hoge Raad, 8 november 2019 ECLI:NL:HR:2019:1734 Gepubliceerd 8 oktober 2026 Volgende herziening 1 januari 2027

Kern: Als aan de voorwaarden voor ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is voldaan, is de werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) in beginsel gehouden in te stemmen met een voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding, tenzij de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding.

De zaak

De werknemer werkte sinds 1986 als allround monteur bij Xella, een kalkzandsteenfabriek in Limburg. In 2009 liep hij tijdens zijn werk rugklachten op. Na een operatie hervatte hij, maar in januari 2016 viel hij opnieuw uit. Vanaf januari 2018 ontving hij een IVA-uitkering: hij was volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zonder uitzicht op herstel. Xella zegde de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte niet op en betaalde geen loon meer. Daarmee ontstond een "slapend dienstverband": een dienstverband dat formeel voortduurt zonder loon, waardoor geen transitievergoeding verschuldigd wordt. De werknemer stelde Xella meermalen voor de arbeidsovereenkomst te beëindigen met betaling van de transitievergoeding. Xella weigerde telkens.

De werknemer vorderde in kort geding een voorschot op schadevergoeding van € 25.000 wegens schending van goed werkgeverschap. De kantonrechter in Roermond constateerde dat er veel vergelijkbare zaken liepen en stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Wat de Hoge Raad besliste

De Hoge Raad stelde eerst vast dat de maatstaf uit het arrest Stoof/Mammoet, over de vraag wanneer een werknemer een redelijk wijzigingsvoorstel van de werkgever moet aanvaarden, zich niet leent voor omgekeerde toepassing. Die maatstaf gaat over wijziging, niet over beëindiging, en de positie van de werkgever verschilt wezenlijk van die van de werknemer.

Vervolgens beantwoordde de Hoge Raad de kernvraag op grond van art. 7:611 BW. De wetgever wil met de Wet compensatie transitievergoeding een einde maken aan slapende dienstverbanden. Die wet, uitgewerkt in art. 7:673e BW, compenseert werkgevers die na twee jaar ziekte een transitievergoeding hebben betaald, ook bij beëindiging met wederzijds goedvinden. Tegen die achtergrond geldt als norm van goed werkgeverschap dat een slapend dienstverband in beginsel behoort te worden beëindigd als de werknemer dat wenst en de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortduring. Daarbij behoort de werkgever een vergoeding toe te kennen.

Over de hoogte: de vergoeding hoeft niet te worden gekoppeld aan het bedrag dat de werkgever bij het UWV kan terugkrijgen, want die compensatie kan lager uitvallen. De vergoeding moet ten minste gelijk zijn aan de transitievergoeding die verschuldigd zou zijn bij beëindiging op de dag na afloop van de twee jaar ziekte. Meer dan dat hoeft de werkgever niet te betalen, ook niet als het dienstverband daarna nog jaren heeft doorgelopen.

Uitzondering: de werkgever hoeft niet in te stemmen als hij een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Hij moet dat belang stellen en zo nodig bewijzen. Zo'n belang kan bestaan in reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer. Het kan niet bestaan in de omstandigheid dat de werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Omdat de compensatieregeling pas op 1 april 2020 in werking trad, moest de werkgever de vergoeding voorfinancieren. Bij aantoonbare ernstige financiële problemen kon de rechter betaling in termijnen of uitstel toestaan.

Wat dit betekent voor HR

  • Een dienstverband na twee jaar ziekte slapend houden om de transitievergoeding te ontlopen is niet langer een reële optie. Vraagt de werknemer om beëindiging, dan moet u in beginsel meewerken en de transitievergoeding betalen. Weigert u, dan loopt u een schadeclaim op.
  • Het bedrag is gemaximeerd op de transitievergoeding berekend per de dag na het einde van de loondoorbetalingsperiode. Een werknemer die pas jaren later om beëindiging vraagt, krijgt niet meer. Reken de vergoeding dus uit per die peildatum. Zie transitievergoeding berekenen.
  • Vraag na betaling compensatie aan bij het UWV op grond van art. 7:673e BW. Let op de aanvraagtermijnen en op de voorwaarde dat de volledige vergoeding aan de werknemer is betaald. De compensatie is begrensd en kan lager zijn dan wat u hebt betaald, bijvoorbeeld als het doorbetaalde loon tijdens ziekte lager was dan de transitievergoeding.
  • Wilt u het dienstverband toch voortzetten, dan moet u een gerechtvaardigd belang kunnen aantonen, zoals concrete re-integratiemogelijkheden. Een naderend pensioen van de werknemer is uitdrukkelijk geen geldig argument.
  • Neem het initiatief zelf. Een werkgever die na twee jaar ziekte actief een beëindiging met wederzijds goedvinden aanbiedt, voorkomt discussie, rente en proceskosten en houdt de regie over de voorwaarden. Lees het artikel ontslag na twee jaar ziekte.
  • Controleer bij elke langdurig zieke werknemer in uw bestand of er nog slapende dienstverbanden zijn en of de werknemer ooit om beëindiging heeft gevraagd. Een vergeten verzoek kan tot aansprakelijkheid leiden.

Vindplaats

ECLI:NL:HR:2019:1734, Hoge Raad 8 november 2019, Xella.