Kern: Een dringende reden voor ontslag op staande voet (art. 7:677 lid 1 BW) betekent niet automatisch dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de rechter het recht op de transitievergoeding (art. 7:673 lid 7 sub c BW) afzonderlijk moet beoordelen.
De zaak
De werknemer werkte sinds 1991 als magazijnbeheerder bij Dräger Nederland, een leverancier van medische en veiligheidsapparatuur. Bij Dräger gold een alcohol- en drugsbeleid: medewerkers mogen voor en tijdens het werk niet onder invloed zijn. In augustus 2015 verscheen de werknemer ruikend naar alcohol op het werk en kreeg hij een officiële waarschuwing. In maart 2016 kwam hij opnieuw onder invloed van alcohol op het werk. Dräger ontsloeg hem op staande voet.
De werknemer vocht het ontslag aan en vroeg subsidiair een billijke vergoeding en een transitievergoeding van ruim € 41.000. Hij stelde dat hij aan een alcoholverslaving leed en dat hem daarom geen of hooguit een gering verwijt kon worden gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat er een dringende reden was en dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld. Het hof bekrachtigde die beslissing, maar zei niets over de vraag of de werknemer ondanks het terechte ontslag recht had op een transitievergoeding.
Lees verder als abonnee
Dit is het begin van de bespreking van dit arrest. Het vervolg, met de rechtsregel, de betekenis voor uw HR-praktijk en de vindplaatsen, staat in het portaal van hrrecht.nl. Abonnees hebben toegang tot de volledige kennisbank, alle besproken standaardarresten en de legal agent die deze kennis toepast op hun eigen dossier.
Een demo duurt dertig minuten en is vrijblijvend. Bekijk ook de prijzen.