Kern: Weigert een zieke werknemer zonder deugdelijke grond passende arbeid te verrichten waartoe hij in staat is, dan vervalt zijn aanspraak op loondoorbetaling bij ziekte (art. 7:629 lid 3 sub c BW) geheel, dus ook over het deel van de werktijd waarvoor hij arbeidsongeschikt is.
De zaak
De werknemer werkte sinds 2006 als algemeen schoonmaakmedewerker bij CSU, voor gemiddeld 42 uur per week. In juli 2009 meldde hij zich ziek. In december 2009 adviseerde de bedrijfsarts dat hij per 14 december 2009 voor halve dagen kon worden ingezet in aangepaste taken, met een opbouw naar volledige werkhervatting per 28 januari 2010. De werknemer verrichtte die passende arbeid niet. CSU stopte vanaf 15 december 2009 de volledige loondoorbetaling, tot het einde van het dienstverband in augustus 2010.
De werknemer vorderde loon over de periode van 15 december 2009 tot 28 januari 2010. Hij erkende dat hij voor de halve dagen waarvoor hij geschikt was geen loon hoefde te krijgen, maar vond dat CSU het loon over het andere deel van de werktijd, waarvoor hij nog arbeidsongeschikt was, moest doorbetalen. De kantonrechter legde deze rechtsvraag via een prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad, omdat in de praktijk verschillend werd gedacht over de woorden "voor de tijd, gedurende welke" in art. 7:629 lid 3 BW.
Lees verder als abonnee
Dit is het begin van de bespreking van dit arrest. Het vervolg, met de rechtsregel, de betekenis voor uw HR-praktijk en de vindplaatsen, staat in het portaal van hrrecht.nl. Abonnees hebben toegang tot de volledige kennisbank, alle besproken standaardarresten en de legal agent die deze kennis toepast op hun eigen dossier.
Een demo duurt dertig minuten en is vrijblijvend. Bekijk ook de prijzen.